Layla woont met haar man en drie kinderen in Utrecht. Haar jongste zoon, Rayan, is vijf en heeft autisme met een ontwikkelingsachterstand. Hij is non-verbaal en heeft intensieve ondersteuning nodig.
“We wonen klein en leven dus dicht op elkaar,” vertelt Layla. “Dit brengt uitdagingen met zich mee, maar versterkt ook de familieband.”
Layla kwam via een zorgconsulent, met wie zij eerder al sprak over haar middelste zoon, in aanraking met KOOS Utrecht. Toen ze over de CoCo-groep hoorde, wist ze meteen dat ze mee wilde doen. “Ik had al veel gelezen over autisme, maar ik wilde ervaringen horen van andere ouders. Weten dat je niet de enige bent.” Binnen haar Marokkaanse gemeenschap rust nog altijd een taboe op ontwikkelingsstoornissen. “Veel mensen denken nog steeds: ‘Als ze groter worden, komt het vanzelf goed.’ Maar ik wist instinctief dat het anders zat.” De training bood haar de kans om niet alleen kennis op te doen en concrete tips te krijgen, maar ook steun te vinden bij ouders die hetzelfde doormaken.
Ik had al veel gelezen over autisme, maar ik wilde ervaringen horen van andere ouders. Weten dat je niet de enige bent.
Het ontmoeten van andere ouders was spannend, maar zorgde ook voor opluchting. “Je hoeft niets te zeggen, maar gewoon weten dat anderen hetzelfde meemaken helpt.” Sommige ouders waren verder in het proces, anderen stonden aan het begin. Dat gaf haar steun en een nieuw perspectief.
Tijdens een bijeenkomst werd een grafiek getoond over de verschillende stadia van autisme en communicatie. Layla werd overvallen door emoties. “Waarom wist ik dit niet eerder? Dit had me zoveel frustratie en onzekerheid bespaard.” KOOS haalde mede op basis van haar reactie dit onderdeel naar voren in de training, zodat andere ouders er nog eerder profijt van zouden hebben.
De verhalen van andere ouders maakten diepe indruk. Een vader vertelde dat zijn dochter uiteindelijk naar regulier onderwijs ging, ondanks eerdere twijfels. “Dat gaf me hoop. Er zijn mogelijkheden, ook als het moeilijk lijkt.” De training gaf haar niet alleen kennis en nieuwe inzichten, maar ook ruimte om haar eigen gevoelens onder ogen te zien. Ze herinnert zich nog goed het moment dat haar huisarts vroeg: “Hoe gaat het met ú?” Ze brak in tranen uit. “Vijf minuten kon ik niks zeggen. Dat was mijn moment van rouw.” In de training besefte ze dat dit gevoel erbij hoort. “Ik moest accepteren en kijken naar wat mijn zoon wél kan, niet alleen naar wat hij niet kan.”
De training veranderde Layla’s aanpak thuis. “Eerst wilde ik hem dingen aanleren zoals ik dat bij mijn andere kinderen deed. Maar hij heeft een andere aanpak nodig.” Ze ontdekte dat zelfs een kleine verandering effect had. “Ik legde een puzzel neer en wachtte. Hij keek er alleen naar, en dat was al een stap. Later probeerde hij zelf de stukjes.” Ze paste speelgoed aan en zorgde ervoor dat hij altijd kon zien waar het stond. Door deze aanpassingen zag ze langzaamaan vooruitgang bij Rayan, en dat gaf haar moed.
Ook haar gezin groeide mee. Haar elfjarige dochter helpt Layla goed; ze houdt een oogje in het zeil en weet precies hoe ze haar broertje kan afleiden. “Zonder dat ik iets hoef te zeggen, voelt ze aan wat hij nodig heeft.” Ook haar man veranderde. “In het begin bleef hij zeggen: ‘Het komt goed.’ Nu weet hij dat we moeten kijken naar wat hij nú nodig heeft.” Het besef dat ze het samen moeten doen, als gezin, bracht hen dichter bij elkaar.
Voor Layla was de groepshulp van onschatbare waarde. “Individuele hulp had me niet zoveel gebracht. Dan hoor je vooral ‘zo is het’, en dat zou bij mij harder binnen gekomen zijn. In een groep zie je dat je niet alleen bent.” Na de eerste bijeenkomst voelde ze al een last van haar schouders vallen. “Ik liet een foto zien van mijn gezin en vertelde mijn verhaal. Ik voelde me zo gehoord.” De wetenschap dat anderen met dezelfde gevoelens en vragen worstelden, gaf haar kracht.
Toch is er in haar omgeving niet altijd begrip. Binnen haar schoonfamilie wordt Rayans ontwikkelingsachterstand moeilijk geaccepteerd. “Ze bedoelen het goed, maar zeggen: ‘Hij is nog klein, hij leert het nog wel.’ Maar ik wil niet afwachten. Ik wil hem helpen, nu.” In de training leerde ze hoe belangrijk het is om op tijd de juiste hulp in te schakelen. Dit inzicht gaf haar de motivatie om door te zetten, ondanks het onbegrip van anderen.
Door de CoCo-groep voelt Layla zich sterker. “Ik leg mezelf minder druk op. Mijn kind heeft zijn eigen tempo. We kijken vooruit, stap voor stap.” Ze heeft geleerd om de kleine overwinningen te waarderen en meer vertrouwen te hebben in de toekomst.
Layla heeft geen contact gehouden met de andere ouders, maar koestert de band die ze in die weken hadden. “Ik had graag geweten hoe het nu met iedereen gaat. Maar zelfs zonder dat contact heeft de groep me zoveel gegeven.” De herkenning en steun die ze daar vond, hebben een blijvende impact op haar gehad.
Haar boodschap aan andere ouders is helder: “Doe het. Ga naar zo’n groep. Je zult merken dat alles op zijn plek valt.” En specifiek tegen ouders in de Marokkaanse gemeenschap: “Maak het bespreekbaar en zoek elkaar op. Het is tijd dat we onderwerpen als autisme uit de taboesfeer halen.”
Layla weet nu: ze is niet alleen. En dat besef maakt een wereld van verschil.
We zijn benieuwd wat je ervan vindt. Mis je iets of heb je een tip? Laat het ons weten! Wij ontvangen jouw feedback anoniem.
Heb je een vraag? Mail ons dan even op info@koosutrecht.nl